Wat kan wél en wat kan niet in onze kerkgebouwen?

Tijdens de gemeenteraad van 30 september 2019 kwam de afsprakennota tussen de kerkfabrieken van De Pinte en Zevergem en de gemeente De Pinte aan bod.

Aangezien de gemeente een flink stuk mee financiert, zowel voor de werking als voor het onderhoud en investeringen van beider kerken is het vanzelfsprekend dat er hieromtrent afspraken worden gemaakt. Niet alleen financiële, maar ook praktische afspraken komen ter sprake, waaronder het onroerende patrimonium en het privatief gebruik daarvan. Nu kerken meer en meer leeg komen te staan en duurzaam ruimtegebruik zich opdringt, kwam RUIMTE, bij monde van raadslid Hilde Claeys, hierover tussen. 

Uit de afsprakennota blijkt dat de activiteiten die kunnen toegelaten worden in de kerken van De Pinte en Zevergem, zoals concerten, tentoonstellingen,  sterk aan banden worden gelegd door een specifieke passage in de afsprakennota.  Zo moeten volgens de nota ‘alle activiteiten steeds in overeenstemming zijn met de hoofdfunctie van het kerkgebouw en wordt bij twijfel de eindbeslissing steeds bij de pastoor genomen.’

Door deze passage worden er veel gemeenschapsversterkende activiteiten gedwarsboomd, omdat ze niet als passend binnen een kerkgebouw worden ervaren. Bovendien laten we de eindbeslissing over aan één persoon, wat de deur openzet naar mogelijke willekeur. 

Zo kon tijdens het feestjaar 150 jaar De Pinte  ‘Allez Chanter’ enkel doorgaan in de kerk van Zevergem, dankzij de steun van de Zevergemse kerkfabriek. In De Pinte was er bezwaar.  Samen zingen werkt nochtans gemeenschapsversterkend en verbindend, wie kan daar iets op tegen hebben? 

Zou het niet vanzelfsprekend zijn dat een gebouw dat ondersteund wordt door de gemeenschap,  ook moeten kunnen gebruikt worden door de gemeenschap, gelovige of niet-gelovige? 

Een kerk is per definitie een plaats die zich leent tot evenementen waar een maatschappelijke behoefte voor bestaat, zoals tentoonstellingen, theater,  optredens, zangstonden, … En waarom ook geen niet-religieuze uitvaarten, waar een steeds grotere vraag naar is, maar de ruimte dikwijls ontbreekt in de dorpen?   

Onze fractie heeft zich dan ook onthouden, omdat dit een gemiste kans is om onze kerken meer open te stellen voor de gemeenschap. We vinden dat de lokale overheid in deze materie méér op hun strepen had mogen staan,  temeer omdat de lokale gemeenschap financieel mee bijdraagt aan de kerken. 

Tijd voor integraal toegankelijke bushaltes

In De Pinte-Zevergem zijn er 66 bushaltes, waarvan er 6 aan gewestwegen liggen. De gemeente is dus verantwoordelijk voor de overige 60 haltes. Daarvan is er één toegankelijk voor personen met een visuele beperking: halte Veldblomme. Drie haltes zijn toegankelijk voor personen met een motorische beperking mits assistentie: halte Florastraat, Mattestraatje en Veldblomme. Eén halte is toegankelijk voor personen met een motorische beperking: station Florastraat. Geen enkele halte is dus volledig toegankelijk. Het is duidelijk dat er een inhaalbeweging moet gebeuren.

Naar aanleiding van de onlangs verplaatste bushaltes van Polderbos naar de Pintestraat vroeg raadslid Ina Quintyn tijdens de gemeenteraad van 30 september 2019 om de haltes integraal toegankelijk te maken . “Personen met een beperking moeten even vlot de bus kunnen nemen als alle andere reizigers. Wanneer de halte aangepast is, moeten zij hun busrit niet langer reserveren. Dat laatste is overigens ook een doelstelling van De Lijn”.

Deze nieuwe locatie vormt meteen dé gelegenheid om een toegankelijke halte te voorzien in het centrum van De Pinte. Omdat de gemeente nog niet zeker is of de nieuwe halte permanent zal zijn, vroeg het college van burgemeester en schepenen het punt in te trekken. Raadslid Quintyn bleef echter volharden en drong aan op een concrete actie.

Uiteindelijk werd unaniem beslist dat het college zal na gaan welke bushalte integraal toegankelijk moet gemaakt worden.